La visite de parents à lÓccitanie.
Door: Père Jean
Blijf op de hoogte en volg Joris
01 November 2005 | Frankrijk, Castres
Joris had zich voorgenomen drie dagen onze gastheer te zijn. Hij nam dit zo nauwgezet op zich dat, toen wij op vrijdagavond na 14 uur rijden in Castres aankwamen, hij vrijwel gelijktijdig de hoek om kwam wandelen. De potten pindakaas werden bijna net zo hartelijk ontvangen als het gezelschap dat bestond uit vader, moeder, oom en tante.
Ons hotel lag precies in het centrum. Castres bleek een heel aardige, charmante stad, met een prachtig mooi plein en op zaterdag zou daar markt zijn. Dat kwam volgens Joris vooral goed uit omdat hij bedacht had dat wij op zondagavond voor 15 man het diner zouden bereiden. Op vrijdagavond hebben we al gelijk met voldoening in Castres de franse keuken kunnen uitproberen. Geheel volgens (zijn) plan zijn we op zaterdag na de marktboodschappen en enkele noodzakelijke kledingaankopen in de richting van Albi gegaan. We werden inmiddels uitvoerig bijgepraat over zijn wederwaardigheden van de afgelopen maanden en bemerkten dat zijn kennis van de franse taal het stadium van aarzelingen ruimschoots voorbij was.
De stad Albi heeft een centrum met leuke winkels voor de dames en een indrukwekkende kathedraal. Deze had van binnen opmerkelijk genoeg helemaal kale muren wat de overweldigende vormen van alle bogen nog indrukwekkender maakten. Het weer was prachtig, zodat we toch herhaaldelijk op de veel te dure terrassen terecht kwamen.
Op zoek naar een restaurant dat ons aanbevolen was door Joris z’n animateur (wat zoiets is als mentor) kwamen we aan het eind van de middag in het dorpje Lautrec. Het bleek zo’n verstild oud dorpje dat getekend zou kunnen zijn door de franse Anton Pieck. We werden er zelf stil van. Zelfs het (enige) winkeltje op het dorpsplein waar we dropjes haalden, was net een decorstuk uit een film en de winkelier een goed gecaste acteur. Het restaurant, vernoemd naar de molen die op de heuvel bij het dorp stond, was inderdaad van uitzonderlijke kwaliteit, zodat de hernieuwde kennismaking met de franse keuken zeer goed beviel. Opmerkelijk was dat zelfs Joris verschillende gerechten op de kaart toch niet allemaal kon vertalen. Echter ook op de gok was het verrassend.
Op zondag zijn we eerst naar een honingmarkt gegaan (foire de miel) die in Castres overal stond aangekondigd. Natuurlijk lieten we ons verleiden allerlei smaakjes te kopen. Joris behaalde na een smaaktest letterlijk tussen neus en lippen door een “diplome du meilleur gouteur”. Wat wij vooral een prestatie vonden was dat hij direct het franse woord voor kruidnagelen kon noemen.
Vervolgens wilden we naar Sylvanès. Omdat Joris met zoveel passie geschreven had over de tijd dat hij daar geweest was, waren we erg nieuwsgierig geworden. De reis ernaartoe was een belevenis. Het duurde ruim anderhalf uur. Het werd steeds bergachtiger, de weg werd steeds smaller en bochtiger, het uitzicht grilliger en verrassender, de dorpjes steeds kleiner en het laatste stuk ontvouwde zich als een volledig stil en verlaten landschap. Inmiddels kon Joris meemaken dat de misselijkheid die hij beschreven had bij de eerste tijd dat hij deze auotrit maakte van z’n vader geërfd had. Het einddoel was overweldigend. Aan het eind van het smalle pad omhoog staat daar ineens het houten kerkje. Het staat op een bergtop die omgeven is door hoge bergflanken van de Aveyron. Als we uitstappen ervaren we de stilte. We worden rondgeleid door de charmante en charismatische père André Gouzes. Hij blijkt vlak in de buurt in een soort klooster gehuisvest waar hij een fantastische bibiotheek heeft opgebouwd en waar hij ook wel congressen geeft. Met een krul in onze neus horen we de complimenten aan die hij voor Joris heeft. Joris liet er de eetzaal en de britsen zien waar de vrijwilligers hun onderkomen hadden.
We moesten echter al weer snel op terugtocht naar Castres omdat de maaltijd voor het grote gezelschap van les compagnon battiseurs moest worden voorbereid. In een soort oude villa aan de rand van de stad hebben ze er een gezellig onderkomen. Het was maar goed dat de overigen (zes vrijwillgers en de animateur Dominique en zijn gezin) pas na acht uur aankwamen, zodat we toch nog op tijd klaar waren met de voorbereidingen. Echter op uitdrukkelijk verzoek van Joris moest eerst uitvoerig tijd worden genomen voor het aperitief. We hadden als typisch hollands geschenk voor animateur Dominique op basis van zijn reputatie een fles behoorlijk sterke drank meegenomen. Onze korenwijn moest het echter afleggen tegen een drankje wat hij zelf op tafel zette en omschreef als alcohol met een perensmaakje. En natuurijk moesten we het proeven. De korenwijn smaakte daarna als een zachte limonade. Een aanzienlijk deel van het franse gekwetter ging aan ons voorbij, al merkte ik dat Joris ook z’n stempel had gedrukt op het gezelschap toen ik ineens een italiaanse jongen hoorde zeggen: “Tering, wat een lekku wijf.” Daarnaast had Joris hollandse stukjes cultuur ingebracht met het bakken van appeltaarten en door het sinterklaasfeest te gaan vieren met surprises en gedichten. Het was duidelijk dat Joris zich hier thuis voelde.
De volgende dag, maandag, zouden we nog een dag doorbrengen in Toulouse. Joris had ook die dag nog voor ons vrijgehouden. Op het station van Castres bewees hij dat hij echt weer terug zou komen naar Nederland door een treinkaartje naar Nederland te kopen voor 22 december.
Toulouse is een prachtige stad met mooie, oude bruggen over de Garonne. Het opmerkelijkste van Toulouse was vooral de tegenstelling tussen enerzijds de oude, monumentale stad en anderzijds de bevolking die vrijwel alleen uit jongeren leek te bestaan.
Na een laatste gezamenlijke maaltijd (de hernieuwde kennismaking met de franse keuken was heel plezierig, alleen het petit dejeuner is nog steeds heel petit; het stokbrood en croissantje moeten het vooral van de charme hebben) ging Joris met de bus terug naar Castres. Wij gingen de volgende dag in twee etappes terug naar Nederland. Als tussenstop besloten we in Chartres te overnachten, een oude stad, 60 km onder Prijs, met vooral een beroemde kathedraal. De reden om deze stad aan te doen was om Joris een kaartje te sturen dat we hem er niet aangetroffen hadden. Hij had namelijk ons, en zichzelf, maandenlang tot vlak voor zijn vertrek naar Castres had voorgehouden dat hij naar Chartres zou gaan. Zijn huidige verblijf was ‘iets’ verder weg, maar alleszins de reis waard.
Père Jan et compagnons.
-
05 November 2005 - 13:13
De_Kikker:
toch kan ie leuk schrijven, he die papa! -
07 November 2005 - 08:46
De_kikker:
brute rellen daarin frankrijk en joris gaat rustig verder met kerken bouwen!Ik zag dat het al in Toulouse was, wel dichtbij! Keep it cool en als het gevaarlijk wordt in de castre ghetto kun je altijd op de almere posse rekenen! laterz.
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley